Voorschriften inzake ongevallenpreventie

16. May 2021 | By Tim Ruhoff

Het onderwerp gezondheid en veiligheid op het werk is van groot belang. Om deze gebieden ter bescherming van de werknemers te regelen, zijn door de Duitse Sociale Ongevallenverzekering talrijke voorschriften uitgevaardigd, waaraan werkgevers en werknemers zich moeten houden, anders bestaat het gevaar van ernstige gevolgen. Hierna wordt besproken welke voorschriften op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk in het kader van wagenparkbeheer in acht moeten worden genomen, wie verantwoordelijk is en wat de gevolgen zijn in geval van overtreding.

Definitie van voorschriften ter voorkoming van ongevallen

De ongevallenpreventievoorschriften (UVV) worden uitgevaardigd door de Duitse sociale ongevallenverzekering (DGUV) en hebben betrekking op de onderwerpen veiligheid en bescherming van de gezondheid op de werkplek. De uitgevaardigde DGUV-voorschriften zijn wettelijk bindend en de daarin beschreven regels en verplichtingen moeten door de werkgevers en de verzekerden worden nageleefd.

Wat zijn voorschriften ter voorkoming van ongevallen?

De ongevallenpreventievoorschriften zijn regels en richtsnoeren voor de veiligheid en de bescherming van de gezondheid van de werknemers in het bedrijf en op de arbeidsplaats. Er zijn in totaal 84 UVV-voorschriften. De voorschriften zijn gekoppeld aan de Arbowet, zodat ze ook verplicht moeten worden toegepast. Het doel van de UVV-voorschriften is preventie. Gevaren op de arbeidsplaats moeten worden voorkomen, arbeidsongevallen vermeden en beroepsziekten voorkomen.

De beschermingsmaatregelen die in de UVV-voorschriften voor de werkplek en het bedrijf zijn vastgelegd, zijn zeer verstrekkend. Zo wordt bedrijven voorgeschreven welke bedrijfsgeneeskundige maatregelen en keuringen zij moeten aanbieden. Daartoe behoort bijvoorbeeld de opleiding van een bepaald aantal EHBO-ers om snel ter plaatse hulp te kunnen bieden.

Voorschriften ter voorkoming van ongevallen in het voertuigenpark

Naast de algemene voorschriften ter voorkoming van ongevallen die voor alle bedrijven gelden, zijn er ook speciale voorschriften ter voorkoming van ongevallen met bedrijfsvoertuigen. Als werknemers om werkgerelateerde redenen een voertuig moeten besturen, maakt dit deel uit van hun werkplek, aangezien het voertuig als arbeidsmiddel wordt beschouwd. Net als bij elk ander arbeidsmiddel, bijvoorbeeld de bediening van een machine, moeten werknemers worden geïnstrueerd in het gebruik van het voertuig. Het gaat hierbij enerzijds om de eerste instructie bij het eerste gebruik van het voertuig en anderzijds om de jaarlijkse herhaling ervan.

Taken van de wagenparkbeheerder

De uitvoering van de UVV-voorschriften is in de eerste plaats de plicht van de werkgever. De werkgever heeft echter de mogelijkheid om deze taken te delegeren. De UVV-voorschriften met betrekking tot het wagenpark kunnen dus ook aan de wagenparkbeheerder worden gedelegeerd. Het blijft echter de verantwoordelijkheid van de werkgever om regelmatig te controleren of de wagenparkbeheerder zijn werk naar eer en geweten uitvoert. De werkgever kan zijn verantwoordelijkheid dus niet voor 100% delegeren. Door de mogelijkheid van delegatie van de UVV-voorschriften kan de wagenparkbeheerder de instructie van de werknemers in de omgang met de voertuigen uitvoeren en hen instrueren over de gevaren en een professionele omgang met de voertuigen. Deze instructie van de werknemers moet vóór de eerste rit plaatsvinden en moet jaarlijks worden herhaald.

Ook het type voertuig is voor de instructie niet van belang. Zodra een voertuig meer dan 8 kilometer per uur kan rijden, zijn de voorschriften ter voorkoming van ongevallen van toepassing. Het maakt daarbij niet uit of het een personenauto of een vorkheftruck is. Dit betekent dat de wagenparkbeheerder ook de werknemers moet instrueren en de opleiding jaarlijks moet herhalen. Het is daarbij niet van belang of het voertuig direct aan een werknemer is toegewezen of dat het een poolvoertuig is. Voor elk voertuig geldt de verplichting om deze instructie volgens de UVV-voorschriften uit te voeren.

Taken van de bestuurder

De UVV-voorschriften bevatten echter niet alleen verplichtingen voor de wagenparkbeheerder, maar ook voor de bestuurders. Volgens § 36, lid 1, van voorschrift 70 is de bestuurder verplicht zijn voertuig voor het wegrijden op defecten en beschadigingen te controleren. Daartoe moet de bestuurder controleren of de lichten werken en de banden in orde zijn. Ook moet het peil van motorolie, brandstof en koelvloeistof worden gecontroleerd. De controle omvat ook of de verbanddoos, de gevarendriehoek en het veiligheidsvest zich in het voertuig bevinden en in orde zijn. Voor een dergelijke controle kunnen checklists worden gebruikt om ervoor te zorgen dat geen enkel controlepunt wordt vergeten en tegelijkertijd documentatie wordt verstrekt als bewijs.

De bestuurder moet het voertuig controleren, ongeacht of het zijn eigen bedrijfsvoertuig of een poolvoertuig is.

Inspectie door een gekwalificeerd persoon

Alle voor bedrijfsdoeleinden gebruikte voertuigen moeten eenmaal per jaar worden gekeurd om er zeker van te zijn dat zij zich in een veilige werk- en bedrijfstoestand bevinden. Overeenkomstig de voorschriften ter voorkoming van ongevallen moet de keuring worden uitgevoerd door een persoon die daartoe door middel van een opleiding gekwalificeerd is. De deskundige moet op de hoogte zijn van de geldende voorschriften ter voorkoming van ongevallen en kennis hebben van de technische voorschriften, normen en richtlijnen. De deskundige kan hiervoor intern gekwalificeerd zijn of de voertuigen kunnen door een externe deskundige worden gekeurd. Met name bij grote wagenparken is het raadzaam een werknemer intern op te leiden tot deskundige. Kleine en middelgrote ondernemingen kunnen de keuring door externe deskundigen laten uitvoeren. Deze dienst wordt aangeboden door autodealers, garagebedrijven of de TÜV.

Bewijs van UVV-inspectie

Elke uitgevoerde UVV-keuring moet worden gedocumenteerd. Alleen zo kan tijdens een controle worden aangetoond dat de arbeidsveiligheid op de werkplek in acht is genomen. Het bewijs wordt geleverd door middel van een controleverslag. In dit controleverslag moeten alle maatregelen worden opgesomd die zijn genomen om aan de UVV-voorschriften te voldoen. Op die manier fungeert het controleverslag meteen als checklist bij de uitvoering van de controle. Wat er precies in het controleverslag moet staan, hangt af van het desbetreffende voertuig en de plaats van gebruik. Het controleverslag moet worden goedgekeurd door de wagenparkbeheerder en worden gecontroleerd door het bedrijf.

Delegatie van verantwoordelijkheden

De tenuitvoerlegging en controle van de UVV-voorschriften valt onder de verantwoordelijkheid van de werkgever. Het is echter niet realistisch dat de werkgever alle voertuigen kan inspecteren en ervoor kan zorgen dat de UVV-voorschriften worden nageleefd. Daarom kan de werkgever deze verantwoordelijkheid aan een derde delegeren. Het gaat hierbij vooral om de instructie van de chauffeurs. In de meeste gevallen delegeert de werkgever de controle op de naleving van de UVV-voorschriften aan de wagenparkbeheerder. Theoretisch is het echter ook mogelijk een andere werknemer aan te wijzen. Het is belangrijk dat de werkgever deze persoon zorgvuldig selecteert. Daartoe moet hij de voorwaarden in acht nemen die in artikel 13 van de Arbowet zijn opgesomd:

-De aangewezen persoon moet betrouwbaar zijn
-de aangewezen persoon moet over de nodige technische deskundigheid beschikken
-de persoon moet schriftelijk zijn geïnstrueerd om de UVV-voorschriften na te leven

Indien de werkgever de verantwoordelijkheid voor de UVV-voorschriften heeft gedelegeerd aan een derde, moet deze persoon vrezen voor juridische gevolgen indien zich een ongeval voordoet. Op dat moment is het van belang dat de gedelegeerde persoon kan aantonen dat hij of zij de UVV-voorschriften heeft nageleefd.

De werkgever kan zo zijn aansprakelijkheidsrisico voor niet-naleving van de UVV-voorschriften afwentelen op de opgedragen persoon.

Gevolgen van het niet in acht nemen van de voorschriften ter voorkoming van ongevallen

De voorschriften ter voorkoming van ongevallen moeten strikt worden nageleefd. De verzekeringsmaatschappijen voor werkgeversaansprakelijkheid controleren regelmatig of de UVV-voorschriften worden uitgevoerd en controleren de naleving ervan. Voorbeelden van gevolgen van niet-naleving van de UVV-voorschriften variëren van boetes tot gevangenisstraffen. De werkgever of de wagenparkbeheerder kan boetes tot 10.000 euro krijgen voor een overtreding van de UVV-voorschriften. In ernstige omstandigheden kunnen zij zelfs een gevangenisstraf krijgen. Dit is het geval als de werkgever het leven of de gezondheid van de werknemer in gevaar brengt door opzettelijk gedrag of als de werkgever een overtreding van de UVV-voorschriften voortdurend blijft herhalen.

Een ander gevolg van het negeren van de UVV-voorschriften is dat de wettelijke ongevallenverzekering de aansprakelijkheid niet op zich neemt en zich aan haar verzekeringsplicht kan onttrekken. Dit is ook mogelijk als de werknemer geen bewijs heeft dat bijvoorbeeld de rijopleiding regelmatig werd uitgevoerd. Daarom is documentatie in een logboek zo belangrijk.

Ook bij de keuze van de verantwoordelijke moet zorgvuldig te werk worden gegaan. Als de werkgever de verantwoordelijkheid voor de naleving en de uitvoering van de UVV-voorschriften overdraagt aan een persoon die daarvoor niet beroepshalve gekwalificeerd is, dreigt zelfs een boete van 1 miljoen euro.

Maar ook werknemers moeten zich aan de UVV-voorschriften houden. Als een bestuurder bijvoorbeeld het voertuig niet controleert voordat hij wegrijdt, kan dit arbeidsrechtelijke gevolgen hebben die variëren van een waarschuwing tot een vermaning. Bij ernstige of aanhoudende overtredingen van de UVV-voorschriften kan de chauffeur zelfs worden ontslagen.

Conclusie

Ook op het gebied van wagenparkbeheer zijn voorschriften ter voorkoming van ongevallen van groot belang. Het doel is de gezondheid en veiligheid van de werknemers op het werk te garanderen door een correct gebruik van de voertuigen. Daartoe bestaan er talrijke UVV-voorschriften waarin de verplichtingen voor werkgevers en werknemers duidelijk zijn omschreven. Deze UVV-voorschriften moeten ook zonder mankeren worden nageleefd en uitgevoerd, aangezien er bij overtreding consequenties zijn voor zowel de werkgever als de werknemer.